Vertelling.


DE GELUKSBRENGER OF HET MEISJE EN HET SCHILDEROORD;
een vertelling voor ouders, grootouders, tantes en ooms, broers en zussen, voor juffen en meesters, voor u, voor jou.
Er was eens een meisje dat vreselijk graag tekende en schilderde.
Liggend op de grond van haar kamertje met het puntje van de tong uit de mond vulde ze dag na dag, blad na blad met bomen, huizen, mensen, bloemen, vogels en andere dieren, vulkanen, bergen, kleuren en figuren.
Ze tekende alles wat haar bezig hield, haar wensen, haar dromen, haar fantasieën…………, ze hoefde er niet over na te denken, het kwam gewoon.
Verdiept in haar tekenspel vergat ze alles om zich heen en deze ware expressie, die diep van binnenuit naar buiten stroomde, bracht haar veel vreugde.
De gevulde bladen legde ze op een stapel onder haar bed. Ze had geen behoefte om ze aan anderen te tonen en ook zelf keek ze niet meer naar de tekeningen die klaar waren.
Het was goed zo, het meisje was in evenwicht met zichzelf, voelde zich sterk, hoefde zich tegenover de anderen niet te bewijzen en was creatief in het vinden van oplossingen voor de dingen die op haar pad kwamen.
Het meisje leefde natuurlijk niet alleen, ze had liefhebbende ouders en een broer en op een dag ontdekten haar ouders de tekeningen en haalden ze onder haar bed vandaan.
Iedere tekening werd van commentaar voorzien.
Wanneer zij de tekening mooi vonden dan loofden ze haar uitbundig, vergeleken haar zelfs met van Gogh en hingen de tekeningen op zodat nog meer mensen ze konden bewonderen.
Wanneer ze de tekeningen niet zo mooi vonden werden ze bekritiseerd en verdwenen ze in de prullenbak. In eerste instantie was het meisje verwonderd, verwonderd over het feit, dat tekeningen in dienst van de communicatie werden gesteld en dat het kennelijk niet om het plezier van het tekenspel ging, maar om het resultaat.
Voor haar waren al die tekeningen slechts sporen geweest, sporen die waren overgebleven na het tekenspel dat zij met zoveel plezier had gespeeld. Maar gaande weg begon ze het heel normaal te vinden dat men zich met haar tekenspel bemoeide, ze begon het fijn te vinden wanneer er positief op werd gereageerd en zo paste ze zich steeds meer aan.
In plaats van haar eigen schilderspel te spelen, begon ze anderen iets voor te spelen om zo aan hun ideeën en verwachtingen te kunnen voldoen Ook op school tekende het meisje, meestal in de vorm van een opdracht en wanneer er "vrij" getekend mocht worden werden de tekeningen naderhand opgehangen en met elkaar vergeleken en wanneer de juf vond dat ze het niet goed had gedaan, dan moest de tekening worden aangepast.
De juf en haar ouders noemden haar creatief, maar diep van binnen wist het meisje, dat dit niets met ware expressie en ware creativiteit te maken had.
Zo raakte het meisje haar eigen spel en haar vreugde gaandeweg kwijt. En wat nog het ergste was, ze was haar mogelijkheid om tot ware expressie en tot zichzelf te komen verloren.
Ze had geen toegang meer tot de Formulatie.
De organische herinneringen, die diep van binnen lagen opgeslagen, konden niet langer naar buiten stromen.
Heel af en toe waren er nog van die momenten, wanneer ze met een stokje in het zand op het strand zat te tekenen, een golf van geluk, maar ook van weemoed, doorspoelde dan haar lijfje.
Maar waar het nou vandaan kwam, ze wist het niet precies.
Jaren later, toen ze allang niet meer tekende omdat ze toch niet aan de verwachtingen van anderen kon voldoen, las ze een artikel over Arno Stern.
De Geluksbrenger stond er boven de tekst en ze begon te lezen.
En toen ze het uit gelezen had las ze het nog eens en nog eens en toen begreep ze dat het mogelijk was om terug te keren naar zichzelf en het plezierige en onbekommerde en ongestoorde schilderspel.
Ze begreep, dat het mogelijk was om de stroom van ware expressie, die diep van binnen lag te wachten, weer voluit te kunnen laten stromen.
Ze pakte haar koffertje en stapte op de trein naar Parijs.
Met de metro reed ze naar de rue Falguire om even later het Schilderoord (Closlieu) van Arno Stern binnen te stappen.
Jong en oud kwamen hier ieder week samen om zich binnen de beschermende muren van het Schilderoord over te geven aan het plezierige schilderspel.
Opdrachten en waardeoordelen hadden hier niets te zoeken, hier werd niet vergeleken, hier ging het om het plezier en de ware expressie.
Hier hervonden en sterkten jong en oud een van de mooiste dingen die ze bezaten, hun persoonlijkheid.
Hier groeiden ze in onafhankelijkheid en maakten ze kennis met onvermoede capaciteiten.
Hier speelde niemand iemand iets voor, hier speelde iedereen zijn eigen spel.
Het meisje voelde een enorme blijdschap in zich opkomen, ze voelde dat dit het moest zijn, dit was waar ze al die jaren naar terug had verlangt.
Het was even wennen, want het eens zo gewone leek zo ongewoon, maar al snel had ze haar spel hervonden.
Ze speelde en ze speelde en ze speelde, ze vulde het ene na het andere blad met bomen, huizen, mensen, bloemen, vogels en andere dieren, kleuren en figuren.
Dankbaar sprak ze met Arno Stern, haar Geluksbrenger, de man die haar in zijn Schilderoord had opgenomen en haar had terug kunnen geven wat ze jaren geleden was kwijt geraakt.
Kon ze hem ook iets geven? Nee luidde zijn antwoord, "maar geef het zelf weer door, opdat het natuurlijke vermogen van de mens gered wordt en deze tot zichzelf kan komen."
En dat deed het meisje.